Daling loonkostenhandicap = open deur voor loonsverhoging?

Gepost op 20/02/2026

De Belgische loonkosten stijgen in 2026 minder snel dan in de buurlanden. Dat blijkt uit een tussentijds rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). Volgens de raming lopen de loonkosten in ons land dit jaar 1 tot 1,1 procent minder snel op dan in Duitsland, Nederland en Frankrijk, gemeten tegenover het referentiejaar 1996.

Als die trend zich bevestigt in het definitieve verslag begin 2027, kan dat bij de volgende interprofessionele onderhandelingen opnieuw marge creëren voor loonopslag boven op de index.

Twee scenario’s, zelfde richting

Omdat vakbonden en werkgevers het oneens blijven over de vraag of er vóór 1996 al een loonkostenhandicap bestond, werkt de CRB met twee scenario’s.

  • In het scenario van de vakbonden bedraagt de relatieve daling 1,1 procent.
  • In het scenario van de werkgevers 1 procent.

In beide gevallen is er sprake van een relatieve verbetering van het Belgische kostenplaatje.

De evolutie volgt op een periode waarin de automatische indexering de lonen in België sneller deed stijgen dan in de buurlanden. Tussen 2022 en 2025 nam de loonkostenhandicap daardoor toe. Nu maken vooral Duitsland en andere landen een inhaalbeweging na de inflatieschok, wat statistisch leidt tot een correctie.

Verdeelde reacties

De vakbonden zien in de cijfers een bevestiging van hun kritiek op de loonnormwet van 1996. Bij het ABVV stelt voorzitter Bert Engelaar dat de “loonkostenhandicap” weggewerkt is. Ook het ACV benadrukt dat Belgische lonen volgens hen structureel trager zijn gestegen dan in de buurlanden wanneer lastenverlagingen worden meegerekend.

Werkgeversorganisaties blijven voorzichtiger. Het Verbond van Belgische Ondernemingen wijst op een blijvende absolute handicap van ongeveer 10 procent en op de druk op de rendabiliteit, zeker in de industrie. De gegronde bezorgdheid leeft dat tijdelijke kostenverlagingen opnieuw tenietgedaan worden door extra loonmarge.

Minister van Werk David Clarinval stelt dat de loonnormwet haar nut bewijst door het concurrentievermogen te beschermen en structurele ontsporingen te vermijden.

Wat betekent dit voor de metaalsector?

Voor de leden van Belmetal is de mogelijke loonmarge een belangrijke parameter richting 2027. Indien de cijfers standhouden, gaat de vraag komen om een loonsverhoging boven op de index. Dit terwijl de structurele loonkost in België hoog blijft in vergelijking met de buurlanden.

De definitieve CRB-berekening begin 2027 wordt bepalend voor de effectieve loonmarge en de impact op de concurrentiepositie. De sociale onderhandelingen eind 2027 beloven intens te worden.