Op 28 april schreven we dat de discussie rond de centenindex meer is dan politieke theorie. Dat het rechtstreeks personeelskosten, energieprijzen, concurrentiekracht en marges raakt. De discussie over de centenindex is nu afgerond.
Nadat werkgeversorganisaties en vakbonden in april gezamenlijk een alternatief hadden voorgesteld, heeft de federale regering uiteindelijk beslist vast te houden aan de oorspronkelijke maatregel. Op 28 mei 2026 keurde het parlement de centenindex goed, waarna de wet op 30 mei in het Belgisch Staatsblad verscheen.
Voor de Belgische staalhandel betekent dit dat de impact op de loonkosten geen theoretisch debat meer is, maar een concrete realiteit waarmee ondernemingen vanaf dit jaar rekening moeten houden.
Wat houdt de goedgekeurde centenindex in?
De centenindex beperkt in 2026 en 2028 de automatische indexering van het deel van het brutoloon boven 4.000 euro per maand.
Voor lonen tot 4.000 euro bruto verandert er niets: deze blijven volledig geïndexeerd volgens de bestaande sectorale regels. Op het loonbestanddeel boven 4.000 euro wordt echter geen procentuele indexering toegepast wanneer de maatregel van kracht is.
De eerste toepassing start op 1 juni 2026. Een tweede toepassing is voorzien in 2028.
Wat mogen staalbedrijven nu verwachten?
Met de goedkeuring van de centenindex is de onzekerheid over de maatregel verdwenen, maar het bredere debat over de Belgische loonvorming blijft bestaan.
Voor staalhandelaars betekent dit vooral dat de focus opnieuw verschuift naar operationele efficiëntie, productiviteit en kostenbeheersing. In een markt die gekenmerkt wordt door internationale concurrentie, volatiele energieprijzen en druk op de marges, blijft elke evolutie in de loonkosten van strategisch belang.
De centenindex zal de kostenstructuur van veel Belgische staalbedrijven de komende jaren beïnvloeden. De uitdaging blijft om een evenwicht te vinden tussen koopkracht voor werknemers en een concurrentiële positie voor ondernemingen.
